ECLI:NL:CRVB:2014:4373
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens niet verstrekken juiste verblijfplaatsgegevens door betrokkene
Betrokkene ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en verklaarde dakloos te zijn sinds augustus 2012. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam stelde een onderzoek in naar zijn feitelijke verblijfplaatsen, nadat betrokkene niet werd aangetroffen op de opgegeven locaties tijdens controles in oktober 2012.
Het college trok de bijstand per 26 oktober 2012 in wegens het niet naleven van de inlichtingenplicht, omdat betrokkene niet op de opgegeven verblijfplaatsen werd aangetroffen en geen juiste en volledige informatie had verstrekt. De rechtbank Amsterdam vernietigde dit besluit en oordeelde dat het college maatwerk moest leveren voor bijzondere doelgroepen.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep dat ook van een adresloze kan worden verlangd dat hij controleerbare gegevens verstrekt over zijn verblijfplaatsen om vast te stellen dat hij werkelijk adresloos is. Betrokkene had een formulier ondertekend waarin hij verklaarde juiste en volledige informatie te geven en wijzigingen onverwijld door te geven.
De Raad concludeerde dat betrokkene op 25 en 26 oktober 2012 niet op de opgegeven locaties verbleef en ook nadien geen opheldering gaf. Hierdoor was het recht op bijstand niet vast te stellen. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee het besluit tot intrekking van de bijstand stand hield.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de bijstand blijft in stand.