ECLI:NL:CRVB:2014:4361
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- F. Hoogendijk
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-wonen op uitkeringsadres
Appellant ontving vanaf 27 juli 2012 bijstand en stond geregistreerd op het uitkeringsadres. Het college ontving een melding dat het adres onbewoond leek en startte een onderzoek met dossieronderzoek, waarnemingen, huisbezoek en verhoor. Het college besloot de bijstand met terugwerkende kracht in te trekken en terug te vorderen wegens niet-wonen op het uitkeringsadres.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het waterverbruik onjuist was geregistreerd en dat zijn leefstijl het lage verbruik verklaarde. De Raad oordeelde dat het verslag van het huisbezoek, dat door appellant was ondertekend, betrouwbaar was en dat de foto van de watermeter onvoldoende bewijs leverde. Het extreem lage waterverbruik en de afwezigheid van levensmiddelen en huishoudelijk afval stroken niet met de opgegeven leefstijl.
De Raad concludeerde dat appellant onjuiste informatie had verstrekt over zijn woonadres, waardoor het college terecht het recht op bijstand niet kon vaststellen en de bijstand mocht intrekken. Het beroep faalde ook omdat re-integratieactiviteiten niet gelijkgesteld kunnen worden aan onbetaalde arbeid. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-wonen op het uitkeringsadres.