ECLI:NL:CRVB:2014:4342
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WIA-uitkering en aflossingscapaciteit
Appellant maakte bezwaar tegen terugvorderingsbesluiten van het UWV inzake onverschuldigd betaalde WIA-uitkeringen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant geen rechtsmiddelen had aangewend tegen eerdere terugvorderingsbesluiten, waardoor deze onaantastbaar waren geworden.
In hoger beroep stelde appellant dat de terugvordering onrechtmatig was vanwege fouten van het UWV en beriep zich op het vertrouwensbeginsel. Tevens betwistte hij de vastgestelde aflossingscapaciteit, stellende dat noodzakelijke kosten zoals pensionkosten voor zijn hond en kosten voor zijn zoon niet waren meegenomen.
De Raad oordeelde dat de terugvorderingsbesluiten juridisch onaantastbaar zijn omdat appellant geen rechtsmiddelen had gebruikt. Het UWV is verplicht onverschuldigde betalingen terug te vorderen, ook zonder fraude. De aflossingscapaciteit is correct vastgesteld op basis van door appellant verstrekte gegevens en geldende regelgeving. Kosten voor beroep en gezin zijn terecht buiten beschouwing gelaten.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.