ECLI:NL:CRVB:2014:4329
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend financieel belang
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin haar Ziektewetuitkering werd beëindigd omdat zij weer geschikt werd geacht voor haar werkzaamheden. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
In hoger beroep verzocht verzoekster opnieuw om een voorlopige voorziening, stellende dat zij volledig arbeidsongeschikt is en in financiële nood verkeert omdat zij geen inkomsten heeft en niet voor bijstand in aanmerking komt. Ter onderbouwing overhandigde zij enkele financiële documenten, waaronder een bankafschrift met een klein negatief saldo en aanmaningen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat deze stukken onvoldoende zijn om een spoedeisend financieel belang aan te tonen. Ook het niet verschijnen ter zitting werd meegewogen. Gezien het ontbreken van een zwaarwegend belang kan de bodemprocedure worden afgewacht. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend financieel belang.