ECLI:NL:CRVB:2014:4278
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet verschoonbare overschrijding beroepstermijn in WWB-zaken
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg, maar het hogerberoepschrift werd één dag te laat ingediend. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk vanwege deze termijnoverschrijding. Appellant stelde verzet in tegen deze beslissing, stellende dat de termijnoverschrijding te wijten was aan ziekte van zijn gemachtigde.
De Centrale Raad van Beroep heeft het verzet behandeld, waarbij partijen niet verschenen. De Raad overwoog dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, omdat het op de gemachtigde had gelegen om tijdens ziekte maatregelen te treffen voor tijdige kennisneming en afhandeling van proceshandelingen. De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie over de uitleg van artikel 6:8 Awb Pro.
Het verzet werd ongegrond verklaard en er werd geen veroordeling in de kosten van het verzet uitgesproken. Hiermee blijft de eerdere beslissing van niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep in stand.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn.