ECLI:NL:CRVB:2014:4272
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering en boete wegens niet-woonachtig op GBA-adres
Appellante kreeg voor 2012 studiefinanciering toegekend als uitwonende studente. Na een huisbezoek door controleurs, uitgevoerd op het GBA-adres van appellante, concludeerde de Minister dat zij niet op dat adres woonde. De studiefinanciering werd herzien naar thuiswonend en het te veel betaalde bedrag werd teruggevorderd, met daarnaast een boete opgelegd wegens onjuiste woonplaatsregistratie.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante tegen deze besluiten ongegrond, waarbij werd gewezen op het huisbezoekrapport en de bevindingen dat appellante nauwelijks persoonlijke spullen in de kamer had en geen sleutel bezat. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek niet zorgvuldig was en dat de hoofdbewoner de taal niet goed begreep, maar deze argumenten werden door de Raad verworpen.
De Raad stelde vast dat de hoofdbewoner toestemming gaf en het doel van het huisbezoek begreep, en dat de controleurs een gemotiveerd en zorgvuldig onderzoek hadden uitgevoerd. Het niet onderzoeken van andere kamers deed niet af aan de conclusie. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van studiefinanciering en boete worden bevestigd.