ECLI:NL:CRVB:2014:4219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening beslissing WAZ-uitkering
Verzoekster heeft via haar echtgenoot een verzoek tot herziening ingediend tegen een uitspraak van 8 maart 2013, waarin haar beroep tegen de afwijzing van een WAZ-uitkering ongegrond werd verklaard. Het UWV had eerder een aanvraag om een WAZ-uitkering afgewezen en dit besluit was onherroepelijk geworden.
De Raad overwoog dat herziening alleen mogelijk is bij feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, niet bekend waren en bij kennis daarvan tot een andere uitspraak zouden hebben geleid. Verzoekster stelde dat zij nooit een WAZ-aanvraag had ingediend tussen 2000 en 2002 en dat zij recht had op een WAO-uitkering over 1998-1999.
De Raad concludeerde dat de aangevoerde feiten niet voldoen aan de criteria voor herziening en wees erop dat verzoekster in 2001 een formulier voor een WAZ-uitkering had ondertekend. De discussie over een WAO-uitkering valt buiten de reikwijdte van deze procedure. Daarom werd het verzoek tot herziening afgewezen zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de uitspraak over de afwijzing van de WAZ-uitkering wordt afgewezen.