ECLI:NL:CRVB:2014:4175
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Appellante heeft een aanvraag ingediend om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer volgens de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Zij stelde dat zij in oktober 1944 op last van de Duitse bezetter in de kerk van Putten moest verblijven. De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat appellante persoonlijk door oorlogsgeweld was getroffen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat een eigen verklaring van een betrokkene niet voldoende is zonder aanvullende objectieve gegevens. Uit verklaringen van de zuster van appellante blijkt dat appellante toen een half jaar oud was en niet in de kerk verbleef. Er zijn geen gegevens die deze verklaring tegenspreken.
Appellante verwees naar de impact van het wegvoeren en overlijden van haar vader in gevangenschap, maar de Raad stelt dat deze omstandigheden niet onder de Wubo vallen, die alleen geldt voor persoonlijk door oorlogsgeweld getroffen personen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van haar aanvraag als burger-oorlogsslachtoffer blijft in stand.