Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2014:4154

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 december 2014
Publicatiedatum
11 december 2014
Zaaknummer
13-2646 AW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:119 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening ontslagbesluit ambtenaar wegens ontbreken nieuwe feiten

Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak waarin haar ontslag om gewichtige redenen werd bevestigd. Zij stelde dat de directeur die haar functioneren beoordeelde niet bevoegd was en dat er geen assessment had plaatsgevonden voorafgaand aan het ontslag.

De Raad overwoog dat het verzoek om herziening alleen kan worden toegewezen indien sprake is van feiten of omstandigheden die nieuw zijn, niet bekend konden zijn bij de eerdere uitspraak en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. De aangevoerde gronden waren echter reeds bekend of hadden bekend kunnen zijn in de eerdere procedure.

De Raad benadrukte dat herziening niet bedoeld is voor een hernieuwde discussie over de zaak of de uitspraak. Gezien het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden werd het verzoek afgewezen.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 11 december 2014.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de ontslaguitspraak wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

13/2646 AW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 29 juli 2010, 09/375 AW
Partijen:
[Verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)
de Stichting Sirius (Openbaar Primair Onderwijs Amsterdam Zuidoost) (stichting)
Datum uitspraak: 11 december 2014
INLEIDING
Namens verzoekster heeft mr. M.E.F. Parramore, advocaat, verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 29 juli 2010, 09/375 AW, ECLI:NL:CRVB:2010:BN3495.
De stichting heeft een reactie op het verzoek ingezonden.
Verzoekster en de stichting hebben schriftelijk toestemming verleend voor afdoening buiten zitting.

OVERWEGINGEN

1. Bij zijn uitspraak van 29 juli 2010 heeft de Raad zowel de beoordeling van het functioneren van verzoekster als het aan verzoekster met ingang van 1 augustus 2007 om redenen van gewichtige aard verleende ontslag in stand gelaten.
2. Verzoekster heeft haar herzieningsverzoek allereerst gebaseerd op de stelling dat de directeur van de [naam school] niet gekwalificeerd was om haar functioneren te beoordelen, omdat deze directeur niet beschikt over de noodzakelijke akten. Daarnaast heeft verzoekster zich op het standpunt gesteld dat zij niet had mogen worden ontslagen nu er geen assessment heeft plaatsgevonden en er zelfs geen aanvraag daartoe is gedaan.
3.1.
Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
3.2.
Vastgesteld moet worden dat hetgeen verzoekster heeft aangevoerd niet kan worden aangemerkt als feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119 van Pro de Awb.
3.3.
De feiten en omstandigheden waarop verzoekster zich beroept, zijn in de procedure die tot de uitspraak van de Raad heeft geleid ook aan de orde geweest, dan wel hadden in die procedure aan de orde kunnen worden gesteld.
3.4.
Zoals de Raad eerder heeft overwogen (uitspraak van 24 april 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW3802) is het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet gegeven om een hernieuwde discussie over een zaak te voeren, noch om een discussie over de betrokken uitspraak te openen.
3.5.
Uit 3.1 tot en met 3.4 volgt dat het verzoek moet worden afgewezen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van C.M. Fleuren als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 december 2014.
(getekend) C.H. Bangma
(getekend) C.M. Fleuren

HD