ECLI:NL:CRVB:2014:413
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing UWV over beëindiging Ziektewetuitkering na medisch onderzoek
Appellant meldde zich ziek met nek-, rechterarm- en psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een medisch onderzoek door een verzekeringsarts van het UWV op 10 november 2011 werd vastgesteld dat appellant geen nieuwe beperkingen had die arbeid belemmerden. Het UWV besloot op 20 december 2011 dat appellant geschikt was voor zijn werk vanaf 27 december 2011.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en er geen nieuwe medische informatie was die het oordeel zou ondermijnen.
In hoger beroep stelde appellant dat het UWV de ernst van het ongeval van 21 september 2011 en de medische gevolgen had onderschat en verzocht om onderzoek door een onafhankelijke medisch specialist. De Raad oordeelde echter dat de rapporten van de verzekeringsartsen voldoende medisch onderbouwd waren en dat de beperkingen van appellant geen belemmering vormden voor het verrichten van zijn arbeid. Het verzoek om een deskundige werd afgewezen, en het hoger beroep werd verworpen.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 27 december 2011 wordt bevestigd zonder schadevergoeding.