ECLI:NL:CRVB:2014:4111
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens bezit woning in Suriname
Appellant ontving vanaf juli 2011 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een tip dat appellant een woning in Suriname bezat, stelde de sociale recherche een onderzoek in. Dit onderzoek bevestigde dat appellant een perceel met woonhuis in Paramaribo op zijn naam had staan, met een waarde van €30.000,-. Het college trok daarop de bijstand vanaf februari 2012 in en vorderde de kosten terug.
Appellant had het bezit van de woning niet gemeld en schond daarmee zijn inlichtingenplicht. De Raad oordeelde dat het bezit van de woning als vermogen moest worden meegeteld, omdat appellant redelijkerwijs over de woning kon beschikken. Zijn stelling dat sprake was van een schuld aan een familielid werd niet onderbouwd met concrete en verifieerbare gegevens.
Verder werd een nieuwe aanvraag afgewezen omdat het vermogen nog steeds boven de grens lag. Wel werd leenbijstand toegekend toen appellant maatregelen had getroffen om de woning te verkopen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank en wees de beroepen af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het bezit van een woning in Suriname en wijst het hoger beroep af.