ECLI:NL:CRVB:2014:4074
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum en herziening WAO-uitkering bij toegenomen arbeidsongeschiktheid door acromegalie
Appellant, sinds 1995 WAO-uitkeringsgerechtigde wegens psychische en rugklachten, meldde in 2011 toegenomen arbeidsongeschiktheid vanwege een recent vastgestelde tumor (acromegalie). Het UWV weigerde aanvankelijk de uitkering te verhogen, maar verklaarde bezwaar gegrond met ingang van 1 januari 2009 als ingangsdatum van de toegenomen arbeidsongeschiktheid. De rechtbank oordeelde dat deze datum op goede gronden was vastgesteld, mede gelet op medische rapporten en verklaringen van appellant.
In hoger beroep betoogde appellant dat de toename eerder was en dat het besluit uit 2005, waarbij de WAO-uitkering was herzien, onjuist was omdat toen geen verzekeringsarts was betrokken en de diagnose acromegalie toen nog niet bekend was. De Raad stelde vast dat de verzekeringsarts inzichtelijk en overtuigend had gemotiveerd dat er geen aanwijzingen waren voor toegenomen beperkingen vóór 1 januari 2009 en dat de nieuwe diagnose een nieuw feit vormde, maar geen aanleiding gaf tot herziening van het besluit uit 2005.
De Raad bevestigde dat het UWV terecht het verzoek tot terugkomen op het besluit van 2005 had afgewezen, omdat de medische informatie geen aanwijzingen gaf dat appellant destijds meer beperkt was dan aangenomen. De aangevallen uitspraken van de rechtbanken Alkmaar en Noord-Holland werden bevestigd en de hoger beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de ingangsdatum van de toegenomen arbeidsongeschiktheid 1 januari 2009 is en dat het UWV terecht weigert terug te komen op de herziening van de WAO-uitkering uit 2005.