ECLI:NL:CRVB:2014:4058
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding en werd door het UWV afgewezen wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Het bezwaar tegen dit besluit werd ongegrond verklaard door het UWV en de rechtbank Amsterdam. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was vanwege taalbarrières en onvoldoende psychisch onderzoek.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank de bezwaren terecht en gemotiveerd had verworpen. De medische beoordeling was niet uitsluitend gebaseerd op mondelinge informatie van appellant, maar ook op uitgebreide medische rapporten van behandelaars. Er was een tolk aanwezig tijdens de zitting en appellant werd bijgestaan door een gemachtigde. De duur van het onderzoek was geen criterium voor zorgvuldigheid.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep had de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) aangepast op basis van alle medische stukken en haar eigen bevindingen. Nieuwe stukken van de huisarts en psychiater bevatten geen relevante informatie voor de peildatum. De Raad concludeerde dat de beperkingen van appellant niet tot een hogere arbeidsongeschiktheid leidden en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.