ECLI:NL:CRVB:2014:4022
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. de Mooij
- W.H. Bel
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag huishoudelijke hulp na afbouw op grond van Wmo
Appellante ontving eerder huishoudelijke hulp op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), maar deze hulp werd afgebouwd en uiteindelijk stopgezet. Na een nieuwe aanvraag voor huishoudelijke hulp wegens chronische klachten werd deze aanvraag door het college afgewezen op basis van een negatief advies van de medische onderzoeksaangelegenheid (MO-zaak).
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat er wel degelijk medisch objectiveerbare beperkingen zijn, onderbouwd met recente medische brieven van specialisten.
De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, met een huisbezoek en beoordeling van beschikbare medische informatie. De recente specialistische brieven bevestigen wel klachten, maar geen objectiveerbare beperkingen die het verrichten van huishoudelijke taken verhinderen.
Daarom faalt het hoger beroep en wordt de eerdere uitspraak bevestigd. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor huishoudelijke hulp wordt bevestigd omdat de klachten niet medisch zijn geobjectiveerd.