ECLI:NL:CRVB:2014:3834
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens verjaring bij weigering vergoeding niet-meetbare invaliditeitskosten
Appellant, erkend als vervolgingsslachtoffer, verzocht om vergoeding van niet-meetbare invaliditeitskosten (NMIK) over de periode 1 december 1984 tot 1 mei 1990. Dit verzoek werd afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard.
De Raad overwoog dat financiële aanspraken jegens de overheid na vijf jaar niet meer afdwingbaar zijn wegens rechtszekerheid. De gevorderde periode was ruim langer dan vijf jaar verstreken op het moment van het verzoek in 2012. Appellant voerde aan dat hij door een ambtelijke fout was misleid en dat sprake was van onrechtmatig handelen, maar deze argumenten hadden eerder ingebracht kunnen worden.
De Raad concludeerde dat er geen bijzondere omstandigheden waren om de verjaring te doorbreken en dat de weigering van de vergoeding in stand blijft. Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens verjaring van de financiële aanspraak op vergoeding van niet-meetbare invaliditeitskosten.