ECLI:NL:CRVB:2014:3823
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 16 mei 2012 waarin haar aanvraag voor een WIA-uitkering werd geweigerd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht per 28 juni 2012. Het bezwaar is bij besluit van 30 november 2012 ongegrond verklaard en de rechtbank Amsterdam heeft dit oordeel bevestigd in haar uitspraak van 22 augustus 2013.
In hoger beroep betoogt appellante dat haar medische klachten onvoldoende zijn meegewogen. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek, inclusief het rapport van 29 november 2012, zorgvuldig is uitgevoerd. De verzekeringsarts heeft rekening gehouden met medische gegevens van diverse specialisten, een hoorzitting en eigen onderzoek. De Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) houdt voldoende rekening met de psychische en diabetesgerelateerde beperkingen.
Ook de arbeidsdeskundige heeft bevestigd dat ondanks enkele beperkingen voldoende passende functies voor appellante beschikbaar zijn. Er is geen objectief medisch bewijs overgelegd dat wijst op een grotere beperking dan in de FML is vermeld. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.