ECLI:NL:CRVB:2014:3788
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na medische en arbeidskundige toetsing
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te herzien en de mate van arbeidsongeschiktheid te verhogen van 15-25% naar 65-80%. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het tweede besluit af.
In hoger beroep voerde appellante medische en arbeidskundige gronden aan, waaronder beperkingen in geheugen en handelingstempo, ondersteund door rapporten van neuropsycholoog en behandelend psychologen. Zij stelde dat de door het UWV geselecteerde functies niet passend waren vanwege het hoge handelingstempo.
De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht de gronden verwierp. Het verzekeringsgeneeskundig rapport en het arbeidsdeskundige advies gaven een voldoende onderbouwde basis voor het besluit. De door appellante overgelegde medische verklaringen boden onvoldoende aanleiding tot twijfel aan de juistheid van het UWV-standpunt.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.