ECLI:NL:CRVB:2014:3762
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- C.H. Bangma
- W.J.A.M. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Minister van Defensie maakt onrechtmatig onderscheid in reiskostenvergoeding militairen
Appellanten, werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee, maakten aanspraak op een tegemoetkoming in reiskosten en vrijstelling van huisvestings- en voedingskosten. Hun aanvragen werden afgewezen omdat zij geen eigen huishouding voerden in de periode tussen het verlaten van hun oude woning en het betrekken van een nieuwbouwwoning.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, stellende dat de minister zich op rechtspositionele voorschriften baseerde die in overleg met vakcentrales tot stand waren gekomen. In hoger beroep stelden appellanten dat het onderscheid in tegemoetkoming tussen militairen met en zonder eigen huishouding in strijd is met gelijke behandelingsbeginselen.
De Raad oordeelde dat het criterium van eigen huishouding geen redelijke en objectieve rechtvaardiging biedt voor het verschil in behandeling, mede omdat reiskosten worden gemaakt ongeacht de woonsituatie. De historische achtergrond van het onderscheid sluit niet meer aan bij de huidige woon- en reispraktijken van militairen.
Daarom verklaarde de Raad het beroep gegrond, vernietigde de bestreden besluiten en bepaalde dat appellanten aanspraak hebben op de volledige tegemoetkoming in reiskosten over de betreffende periode. Tevens werd de minister opgedragen nieuwe besluiten te nemen over de vrijstelling van huisvestings- en voedingskosten, en veroordeelde de Raad de minister in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de besluiten vernietigd, met toekenning van volledige reiskostenvergoeding aan appellanten.