ECLI:NL:CRVB:2014:3718
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken blijvende invaliditeit
Appellante, geboren in 1939 in Nederlands-Indië, verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Eerdere aanvragen werden afgewezen omdat geen sprake was van lichamelijk of psychisch letsel dat leidde tot blijvende invaliditeit. In haar laatste aanvraag voerde zij verergerde gezondheidsklachten aan en nieuwe gebeurtenissen, zoals het getuige zijn van het doodschieten van twee KNIL-soldaten en mishandeling van haar vader.
De Raad beoordeelde het bewijs en concludeerde dat de genoemde gebeurtenissen onvoldoende bevestigd zijn. Medische adviezen stelden dat de psychische klachten van appellante vooral verband houden met seksueel misbruik in haar jeugd en niet met oorlogscalamiteiten. De psychiater constateerde wel PTSS-kenmerken maar geen invaliditeit volgens de Wubo-criteria.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit voldoende gemotiveerd en voorbereid was en dat de individuele medische beoordeling leidde tot afwijzing van het verzoek. Het feit dat familieleden wel erkend zijn als burger-oorlogsslachtoffers, doet hieraan niet af. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van blijvende invaliditeit in de zin van de Wubo.