ECLI:NL:CRVB:2014:3710
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging huishoudelijke verzorging wegens ontbreken noodzaak
Appellante had vanwege een fractuur van de rechterpols en later een frozen shoulder tijdelijk huishoudelijke verzorging toegekend gekregen. Na genezing van de pols en behandeling van de schouder weigerde het college de verlenging van de huishoudelijke verzorging, omdat uit een rapport bleek dat appellante zelfstandig haar huishouden kon voeren door taken te spreiden en meer inzet van de linkerarm.
Appellante voerde aan dat zij vanwege haar frozen shoulder nog steeds afhankelijk was van huishoudelijke verzorging en dat zij zich door ziekte niet structureel kon laten behandelen door een fysiotherapeut. Het college stelde dat er geen noodzaak was en dat appellante zich onvoldoende had ingespannen voor herstel door het niet volgen van fysiotherapie.
De rechtbank en de Raad oordeelden dat het college het besluit zorgvuldig had voorbereid en voldoende had gemotiveerd dat er geen noodzaak bestond voor verlenging van huishoudelijke verzorging. Appellante had geen medische gegevens overgelegd die het standpunt van het college konden betwijfelen. Het niet opvolgen van het fysiotherapieadvies werd als onvoldoende inspanning gezien.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag voor verlenging van huishoudelijke verzorging wordt afgewezen wegens het ontbreken van noodzaak.