ECLI:NL:CRVB:2014:3704
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding in WAO-uitkeringszaak
Appellant ontvangt sinds 2002 een WAO-uitkering en verzocht meerdere malen om herberekening van zijn dagloon. Na afwijzing door het UWV en een bezwaarprocedure, diende appellant een beroepschrift in tegen de berekening van het dagloon. Dit beroepschrift werd door de rechtbank als bezwaar behandeld, maar niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare reden.
De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende medische onderbouwing leverde om de termijnoverschrijding te rechtvaardigen en dat geen uitzonderingssituatie volgens artikel 6:11 Awb Pro van toepassing was. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten zonder nieuwe gronden of bewijs.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. De Raad liet de inhoudelijke beroepsgronden daarom onbesproken en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het UWV-besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.