ECLI:NL:CRVB:2014:3656
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.F. Wagner
- W.H. Bel
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning vervoerskostenvergoeding op grond van Wmo ondanks hoger beroep
Appellante, met mobiliteitsbeperkingen, ontving een vervoerskostenvergoeding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voor het gebruik van haar eigen auto, aanvankelijk gebaseerd op 1500 kilometer per jaar, later verhoogd naar 2288 kilometer per jaar. Na bezwaar en nader onderzoek heeft het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn de vergoeding aangepast, maar het bezwaar van appellante tegen deze besluiten werd ongegrond verklaard.
In hoger beroep stelde appellante dat haar vervoersbehoefte hoger was dan toegekend, onder meer vanwege frequente ziekenhuisbezoeken en familiebezoek buiten haar woonplaats. Tevens voerde zij aan dat sprake was van dreigende vereenzaming en sociaal isolement.
De Raad oordeelde dat appellante haar vervoersbehoefte onvoldoende concreet en verifieerbaar had onderbouwd. De berekening van het college, gebaseerd op ritten voor boodschappen en medisch vervoer, achtte de Raad adequaat. Ook was er geen aanleiding om aan te nemen dat er sprake was van sociaal isolement, gezien het contact met familie en vrienden in de woonplaats.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Oost-Nederland bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toekenning van de vervoerskostenvergoeding van €68,40 per maand wordt bevestigd.