ECLI:NL:CRVB:2014:3629
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.F. Wagner
- W.H. Bel
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing financiële tegemoetkoming verhuiskosten wegens ontoegankelijkheid oude woning voor onderzoek
Appellant vroeg op grond van de Wmo een financiële tegemoetkoming voor verhuiskosten aan vanwege gezondheidsklachten door fijnstof en geluidsoverlast in zijn oude woning. Na verhuizing werd de aanvraag door het college afgewezen omdat de medische noodzaak niet vaststond en alternatieven niet waren onderzocht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat het college door de verhuizing niet kon vaststellen of goedkopere voorzieningen mogelijk waren en de overlast tijdelijk was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de overlast ernstig was en dat de rechtbank de kosten van woningaanpassingen had moeten betrekken.
De Raad oordeelde dat het college zorgvuldig medisch onderzoek had gedaan, maar geen technisch onderzoek kon verrichten omdat de oude woning niet meer toegankelijk was. De stelling van appellant dat de kosten van aanpassingen hoger zouden zijn dan verhuiskostenvergoeding was onvoldoende onderbouwd.
Daarom was het college terecht uitgegaan van artikel 3 van Pro de Verordening Wmo-voorzieningen 2011, dat geen voorziening toekent als de kosten voorafgaand aan de aanvraag zijn gemaakt en niet meer kan worden vastgesteld of het de goedkoopst compenserende oplossing betreft. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor financiële tegemoetkoming in verhuiskosten wordt bevestigd omdat de oude woning niet meer toegankelijk was voor onderzoek naar goedkopere voorzieningen.