ECLI:NL:CRVB:2014:3588
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.Th. Wolleswinkel
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep inzake terugwerkende bevordering defensieambtenaar
Betrokkene, werkzaam bij Defensie, verzocht om bevordering met terugwerkende kracht tot de rang van kapitein naar aanleiding van een functiewaarderingsonderzoek en nieuwe functiebeschrijving. De minister wees dit verzoek af, stellende dat betrokkene de functie niet meer vervulde en dat artikel 24a AMAR van toepassing was.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en oordeelde dat betrokkene recht had op bevordering met terugwerkende kracht op grond van artikel 40 BAFBD Pro, dat destijds van toepassing was. De minister ging in hoger beroep tegen dit oordeel, maar erkende het nieuwe feit niet meer te betwisten.
De Raad bevestigde dat het verzoek van betrokkene moest worden opgevat als een verzoek om terug te komen op het oorspronkelijke functietoewijzingsbesluit en dat artikel 40 BAFBD Pro leidend was. Het standpunt van de minister dat het niet langer vervullen van de functie een belemmering vormde, werd verworpen. Ook oordeelde de Raad dat de minister terecht proceskosten in bezwaar en beroep moest verlagen wegens samenhangende zaken, maar wees het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn af.
Uitkomst: Betrokkene krijgt bevordering met terugwerkende kracht tot kapitein; minister moet proceskosten deels verlagen; schadevergoeding wordt afgewezen.