ECLI:NL:CRVB:2014:352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- J.N.A. Bootsma
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanspraak loopbaanpremie op grond van feitelijke diensttijd in SB-functie bij DJI
Betrokkene was vanaf 1 juni 1991 werkzaam bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) in een substantieel bezwarende functie (SB-functie), met onderbreking wegens militaire dienstplicht en buitengewoon verlof. Na een verzoek tot toepassing van een loopbaanpremieregeling werd hem aanvankelijk een premie van 100% van zijn jaarsalaris toegekend.
De rechtbank oordeelde echter dat de diensttijd voor de premieberekening beperkt moest worden tot de feitelijke periode in een SB-functie, exclusief de periode van buitengewoon verlof, waardoor betrokkene aanspraak kreeg op 150% van zijn jaarsalaris. De minister stelde in hoger beroep dat de formele aanstellingsduur van 19 jaar leidend moest zijn, maar de Raad verwierp dit en bevestigde de uitleg van de rechtbank.
De Raad benadrukte dat de regeling ziet op feitelijke diensttijd in een SB-functie en dat de nieuwe regeling die formele diensttijd als uitgangspunt neemt, niet van toepassing is op deze zaak. Daarnaast speelde mee dat betrokkene door een personeelsfunctionaris was geïnformeerd over zijn recht op 150% loopbaanpremie. De Raad veroordeelde de minister tot betaling van proceskosten en bevestigde het bestreden vonnis.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de aanspraak op loopbaanpremie gebaseerd moet zijn op de feitelijke diensttijd in een SB-functie bij DJI, waardoor betrokkene recht heeft op 150% van zijn jaarsalaris.