ECLI:NL:CRVB:2014:3499
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na tegemoetkoming college
Appellante had op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een tegemoetkoming ontvangen voor de aanschaf van een fiets met hulpmotor, onder de voorwaarde dat zij binnen zes maanden de aankoopnota en het betaalbewijs zou overleggen. Omdat zij dit niet tijdig deed, trok het college het besluit in en vorderde het toegekende bedrag terug.
Appellante stelde dat zij de nota wel had verzonden, maar het college ontkende ontvangst. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep overhandigde appellante alsnog de vereiste aankoopnota, waarna het college besloot af te zien van terugvordering.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat er geen procesbelang meer bestaat. Ook wees de Raad het verzoek tot vergoeding van proceskosten en griffierecht af, omdat de procedure het gevolg was van de handelwijze van appellante en er geen bewijs was voor eerdere overlegging van de nota.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het college in hoger beroep alsnog geheel aan appellante is tegemoetgekomen.