ECLI:NL:CRVB:2014:3430

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 oktober 2014
Publicatiedatum
21 oktober 2014
Zaaknummer
13-3004 VALYS
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering hoog persoonlijk kilometerbudget voor reizen met trein ondanks lichamelijke beperking

Appellante vroeg bij Argonaut een voorziening aan in de vorm van een hoog persoonlijk kilometerbudget (hoog pkb) om haar vervoersbehoefte te ondersteunen. Argonaut wees de aanvraag af, onder meer omdat appellante in het bezit was van een gehandicaptenparkeerkaart en niet aannemelijk was gemaakt dat zij om medische of ergonomische redenen niet met de trein kon reizen.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat Argonaut ervan uit mocht gaan dat appellante bij het reizen met de trein gebruik maakt van begeleiding, zoals NS-reizigersassistentie, en dat het op haar weg ligt zelf voor deze begeleiding te zorgen. Appellante voerde aan dat haar lichamelijke aandoening het gebruik van het toilet in de trein bemoeilijkt en dat zij daarom liever met de Valystaxi reist.

De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en stelde dat de beperkte strekking van het Protocol inzake indicatieaanvragen hoog persoonlijk kilometerbudget meebrengt dat appellante zelf voor begeleiding moet zorgen. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van het hoog persoonlijk kilometerbudget bevestigd.

Uitspraak

13/3004 VALYS
Datum uitspraak: 15 oktober 2014
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 17 mei 2013, 12/6601 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
Argonaut Advies B.V. (Argonaut)
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
Argonaut heeft een verweerschrift ingediend.
Appellante heeft een reactie op het verweerschrift gegeven.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 september 2014. Appellante is, met bericht, niet verschenen. Argonaut heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L. Stové en drs. J.D. Reijnen-de Jager, werkzaam als arts bij Argonaut.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1.1.
Appellante heeft op 16 oktober 2012 bij Argonaut een voorziening aangevraagd in de vorm van een hoog persoonlijk kilometerbudget (hoog pkb).
1.2.
Bij besluit van 17 oktober 2012 heeft Argonaut de aanvraag afgewezen.
1.3.
Bij besluit van 19 november 2012 (bestreden besluit) heeft Argonaut het bezwaar tegen het besluit van 17 oktober 2012 ongegrond verklaard. Daaraan is, onder verwijzing naar een advies van de bezwaararts van Argonaut, primair ten grondslag gelegd dat appellante niet in aanmerking komt voor een hoog pkb aangezien zij in het bezit is van een gehandicaptenparkeerkaart bestuurder. Subsidiair is daaraan ten grondslag gelegd dat appellante niet in aanmerking komt voor een hoog pkb aangezien niet is gebleken dat zij om medische of ergonomische redenen niet in staat is om met de trein te reizen.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank ten eerste overwogen dat Argonaut de weigering van een hoog pkb ten onrechte heeft gebaseerd op de omstandigheid dat appellante in het bezit is van een geldige gehandicaptenparkeerkaart, nu zij niet meer over een auto beschikt. De rechtbank heeft wel het subsidiaire standpunt van Argonaut onderschreven en daartoe samengevat het volgende overwogen. Appellante heeft geen medische informatie in het geding gebracht waaruit blijkt dat zij vanwege ergonomische dan wel chronische medische beperkingen, ook niet met gebruikmaking van hulpmiddelen en begeleiding, niet in staat is met de trein te reizen. Argonaut mag er voorts van uit gaan dat appellante bij het reizen zo nodig gebruik maakt van individuele begeleiding of begeleiding door
NS-reizigersassistentie. In het licht van de beperkte strekking van het Protocol inzake de afhandeling van indicatie aanvragen hoog persoonlijk kilometerbudget Bovenregionaal Vervoer Gehandicapten, versie 1 oktober 2007 (Protocol), ligt het op de weg van appellante om te zorgen voor dergelijke begeleiding.
3.1.
Appellante kan zich met de aangevallen uitspraak niet verenigen en heeft samengevat het volgende aangevoerd. Zij draagt in verband met haar lichamelijke aandoening, een hematoom, een zogenaamde steunbroek die haar beperkt in haar bewegingen. Bij een toiletbezoek kan zij deze steunbroek moeilijk naar beneden krijgen en het zelf optrekken van de steunbroek is onmogelijk, zodat zij daarbij hulp nodig heeft. Als zij met de trein naar haar broer in [plaatsnaam] zou gaan en van het toilet gebruik moet maken, zou zij de conducteur in de trein moeten vragen haar te helpen en dat vindt zij te ver gaan. Met de Valystaxi gaat de reis veel sneller zodat toiletbezoek onderweg niet nodig zal zijn.
3.2.
Argonaut heeft in het verweerschrift onder andere naar voren gebracht dat zij ervan uit mag gaan dat appellante bij het reizen zo nodig gebruik maakt van begeleiding door
NS-assistentieverlening of van eigen begeleiding. Deze eigen begeleiding kan appellante helpen indien zij van het toilet gebruik moet maken.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
De Raad kan zich geheel verenigen met het oordeel van de rechtbank en de overwegingen die tot dat oordeel hebben geleid. De rechtbank heeft terecht overwogen dat Argonaut ervan uit mag gaan dat appellante bij het reizen met de trein zo nodig gebruik maakt van begeleiding en dat het in het licht van de beperkte strekking van het Protocol op haar weg ligt om zelf te zorgen voor dergelijke begeleiding (zie bijvoorbeeld ook CRvB 17 november 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK5719). Deze begeleiding kan appellante zo nodig helpen bij het gebruik van het toilet.
4.2.
Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male, in tegenwoordigheid van D. van Wijk als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2014.
(getekend) R.M. van Male
(getekend) D. van Wijk

RH