ECLI:NL:CRVB:2014:3422
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens ontbreken procesbelang bij re-integratievisie WIA-uitkering
Appellant ontving een WGA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) met een arbeidsongeschiktheidspercentage tussen 35 en 80%. Het UWV stelde bij besluit vast dat er voorlopig geen re-integratieactiviteiten van appellant worden verwacht en stelde een re-integratievisie op die na vier maanden geëvalueerd zou worden.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant geen procesbelang had bij een rechterlijk oordeel over de re-integratievisie. In hoger beroep herhaalde appellant enkel zijn standpunt dat hij volledig arbeidsongeschikt is.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de re-integratievisie een besluit is met rechtsgevolg, maar dat appellant het uitstel van re-integratieactiviteiten accepteert en daardoor geen belang heeft bij het beroep. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Verzoek om vergoeding van wettelijke rente werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang bij de re-integratievisie.