ECLI:NL:CRVB:2014:3357
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- M. Hillen
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing immateriële schadevergoeding wegens onvoldoende aannemelijkheid
Appellant ontving langdurig bijstand van het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingerwerf en maakte bezwaar tegen diverse opschortings- en intrekkingsbesluiten. Na vele procedures verzocht appellant om vergoeding van immateriële schade van €30.000,- wegens de impact van de besluiten en procedures op zijn leven.
Het college wees het verzoek af wegens gebrek aan onderbouwing en het ontbreken van bewijs voor geestelijk letsel zoals bedoeld in artikel 6:106 BW Pro. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellant niet heeft gespecificeerd welke besluiten immateriële schade veroorzaakten en onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij dergelijke schade heeft geleden. Enkel psychisch onbehagen of gekwetst voelen door onrechtmatige besluiten is volgens vaste rechtspraak onvoldoende voor vergoeding.
De Raad wees het hoger beroep af en veroordeelde appellant niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van de schade.