ECLI:NL:CRVB:2014:3352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- J.F. Bandringa
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Weigering bijstand wegens niet nakomen verplichting kinderopvang en re-integratie
Betrokkene, een alleenstaande moeder van twee jonge kinderen, vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Tijdens gesprekken met het college gaf zij aan geen kinderopvang te willen regelen en niet beschikbaar te zijn voor re-integratieactiviteiten, omdat zij zelf voor haar kinderen wilde zorgen. Ondanks waarschuwingen en aangeboden trajecten bleef zij weigeren deel te nemen aan re-integratie en kinderopvang te regelen.
Het college wees de aanvraag om bijstand af op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, en artikel 13, tweede lid, aanhef en onder d, van de WWB, omdat uit haar houding ondubbelzinnig bleek dat zij haar verplichtingen niet wilde nakomen. Betrokkene maakte bezwaar, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat het college terecht mocht verlangen dat betrokkene kinderopvang zou regelen om deel te kunnen nemen aan een arbeidsinschakelingsvoorziening. Haar categorische weigering om kinderopvang te regelen en deel te nemen aan re-integratieactiviteiten maakte duidelijk dat zij niet aan haar verplichtingen voldeed. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen omdat het hoger beroep niet slaagde.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag werd terecht afgewezen wegens ondubbelzinnige weigering kinderopvang te regelen en deel te nemen aan re-integratie.