ECLI:NL:CRVB:2014:3344
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens langer verblijf buitenland zonder dringende reden
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB en meldden een kort verblijf in het buitenland. Zij verbleven echter langer dan de toegestane vier weken per kalenderjaar in Egypte. Het college schortte de bijstand op en trok deze in vanaf 25 juni 2012. Tevens werd de bijstand over deze periode teruggevorderd.
Appellanten voerden aan dat hun medische situatie in Egypte een dringende reden vormde om de bijstand niet in te trekken en dat zij financieel niet in staat waren de terugvordering te betalen. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en de Raad onderschreef dit oordeel.
De Raad oordeelde dat de medische situatie geen zeer dringende reden opleverde zoals bedoeld in artikel 16, eerste lid, WWB. Ook was het college bevoegd tot terugvordering op grond van artikel 58 WWB Pro en had het college terecht geen gebruik gemaakt van de afwijkingsbevoegdheid uit artikel 4:84 Awb Pro. De financiële gevolgen van de terugvordering boden geen grond voor afzien van terugvordering.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraken en wees de beroepen af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en de terugvordering worden bevestigd wegens langer verblijf in het buitenland zonder dringende reden.