ECLI:NL:CRVB:2014:3338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellant, geboren in 1974 en laatstelijk werkzaam als inpakker, meldde zich in maart 2010 ziek vanwege psychische klachten en vroeg in november 2011 een WIA-uitkering aan. Het Uwv liet medisch en arbeidskundig onderzoek verrichten, waarbij beperkingen werden vastgesteld maar geen verlies aan verdiencapaciteit. Het Uwv weigerde de uitkering per besluit van 23 december 2011, wat bij bezwaar en rechtbank onherroepelijk werd bevestigd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het onderzoek niet zorgvuldig was, zijn beperkingen werden overschat en dat hij de voorgestelde functies niet kon vervullen. Hij overlegde nieuwe psychologische rapporten en stelde dat bijwerkingen van het antidepressivum Venlafaxine onvoldoende waren meegewogen.
De Raad oordeelde dat de rechtbank de gronden van appellant afdoende en gemotiveerd had beoordeeld. De nieuwe medische gegevens brachten geen twijfel aan de functionele mogelijkheden van appellant. Ook werd onvoldoende aannemelijk gemaakt dat bijwerkingen van medicatie zijn belastbaarheid verminderden. De arbeidskundige beoordeling dat appellant geschikt is voor de geselecteerde functies werd onderschreven.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.