ECLI:NL:CRVB:2014:3324
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant diende op 21 maart 2012 een aanvraag om bijstand in, welke door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht op 10 mei 2012 werd afgewezen. Het college kwalificeerde appellant als zelfstandige vanwege zijn inschrijving als vennoot van een vennootschap onder firma sinds 1 augustus 2009. Bij besluit van 8 oktober 2012 werd het bezwaar van appellant ongegrond verklaard omdat hij de inlichtingenverplichting had geschonden door onvoldoende gegevens over zijn gewerkte uren en inkomsten te verstrekken.
De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep van appellant ongegrond en onderschreef het standpunt van het college. Appellant gaf tegenstrijdige verklaringen over het aantal gewerkte uren, variërend van 0 tot 60 uur per week, en de door hem overgelegde verklaringen en logboeken waren onvoldoende controleerbaar.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij geen loonspecificaties kon overleggen omdat hij niet in loondienst was en dat hij erop mocht vertrouwen dat zijn verstrekte inlichtingen voldoende waren. De Raad verwierp dit en bevestigde de eerdere uitspraak, benadrukkend dat het ontbreken van objectieve gegevens over de uren en inkomsten de kern van de schending van de inlichtingenverplichting vormde. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting.