ECLI:NL:CRVB:2014:3323
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens overschrijding bijstandsnorm door pensioen en bijdragen vader
Appellant vroeg bijstand aan nadat zijn eerdere bijstand per 7 november 2011 was beëindigd vanwege overschrijding van de bijstandsnorm. Hij ontving pensioeninkomsten en daarnaast betaalde zijn vader zijn kosten van levensonderhoud. De aanvraag om bijstand werd afgewezen omdat deze middelen samen de norm overschreden.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de bijdragen van zijn vader geen inkomsten waren omdat hij deze zou moeten terugbetalen, wat volgens hem een schuld zou vormen. De Raad oordeelde dat appellant niet had aangetoond dat er sprake was van een wijziging in omstandigheden sinds de beëindiging van de bijstand. De verklaring van de vader bevestigde dat de betalingen voortgezet werden zonder wijziging in karakter.
De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat hij recht had op bijstand en bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen omdat de middelen van appellant de bijstandsnorm overschrijden.