ECLI:NL:CRVB:2014:3254
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichting wegens beschikbare lening bij Stadsbank
Appellanten ontvingen bijstand en vroegen bijzondere bijstand aan voor woninginrichtingskosten die niet door eerdere tegemoetkomingen werden gedekt. Het college wees deze aanvraag af omdat appellanten niet hadden aangetoond dat zij geen gebruik konden maken van een lening bij de Stadsbank, een voorliggende voorziening volgens artikel 15 WWB Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellanten gingen in hoger beroep. Zij stelden dat de lening niet passend was, dat zij om medische redenen moesten verhuizen en dat het college hen niet had gewezen op de lening als voorliggende voorziening. Tevens voerden zij aan dat zij de lening financieel niet konden dragen en dat bijzondere omstandigheden een afwijking van het beleid rechtvaardigden.
De Raad oordeelde dat appellanten niet hadden aangetoond dat zij geen gebruik konden maken van de lening; de Stadsbank bevestigde dat een aanvraag niet was afgehandeld wegens ontbrekende stukken en dat een nieuwe aanvraag mogelijk was. De medische noodzaak en het vertrouwen op bijzondere bijstand vormden geen bijzondere omstandigheden. Ook het beroep op de hardheidsclausule faalde wegens het ontbreken van een acute noodsituatie.
Het college hoefde appellanten niet vooraf te wijzen op de lening als mogelijke afwijzingsgrond. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor woninginrichting wordt bevestigd omdat appellanten geen gebruik maakten van de passende lening bij de Stadsbank.