ECLI:NL:CRVB:2014:3226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verhoging WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen
Appellant, sinds 2001 arbeidsongeschikt wegens een hernia diafragmatica, verzocht in 2011 om herbeoordeling van zijn WAO-uitkering wegens vermeende verslechtering van zijn gezondheid. Het UWV weigerde de verhoging omdat er geen objectief medisch bewijs was voor toegenomen beperkingen sinds de laatste beoordeling in 2008.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat de medische gegevens, inclusief een ongedateerd verslag van een specialist, geen aanwijzingen boden voor een verslechtering van de gezondheidstoestand die een hogere uitkering rechtvaardigen.
De Raad vond geen gronden om af te wijken van het standpunt van de verzekeringsarts en bevestigde dat de Functionele Mogelijkhedenlijst uit 2009 nog actueel was. Het hoger beroep werd afgewezen, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om de WAO-uitkering te verhogen wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen.