ECLI:NL:CRVB:2014:3225
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting belastbaarheid appellant
Appellant, oorspronkelijk bandleider, ontving sinds 2002 een WAO-uitkering vanwege nekklachten. Na ziekte door een niercarcinoom werd zijn WAO-uitkering in 2011 verhoogd naar 80-100% arbeidsongeschiktheid, maar later herzien naar 15-25%. Het UWV herzag dit besluit en stelde vast dat appellant vanaf 25 juli 2011 80-100% arbeidsongeschikt was met een herziening van zijn uitkering naar 25-35% per 9 januari 2012.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de bezwaarverzekeringsarts de beperkingen van appellant juist had vastgesteld op basis van medische gegevens en eigen onderzoek. De subjectieve beleving van appellant werd niet doorslaggevend geacht.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn lichamelijke en psychische beperkingen te licht waren ingeschat, met name vanwege een aanpassingsstoornis met depressieve stemming. De Raad oordeelde dat deze gronden een herhaling waren van eerdere bezwaren en verwierp ze. De bezwaarverzekeringsarts had uitgebreid gemotiveerd dat de beperkingen passend waren en dat er geen aanleiding was voor een duurbeperking of aanvullende beperkingen.
De Raad concludeerde dat de belasting in de geselecteerde functies de mogelijkheden van appellant niet te boven gaat en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.