Uitspraak
OVERWEGINGEN
inhoud beroepschrift en/of bijlagen
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene viel op 11 augustus 2008 uit wegens arm-, schouder- en knieklachten en ondervond daarna diverse verkeersongevallen met cognitieve klachten. Appellant stelde bij besluit van 4 oktober 2010 vast dat betrokkene minder dan 35% arbeidsongeschikt was en dus geen recht had op WIA-uitkering. Het bezwaar werd bij besluit van 10 februari 2011 ongegrond verklaard, gebaseerd op rapporten van een bezwaarverzekeringsarts en -arbeidsdeskundige die concludeerden dat betrokkene geschikt was voor bepaalde functies.
De rechtbank oordeelde echter dat appellant onvoldoende rekening had gehouden met een optometrisch verslag en de gevolgen van de ongevallen, en vernietigde het besluit. In hoger beroep stelt appellant dat het optometrisch verslag geen aanleiding geeft tot meer beperkingen dan reeds in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) zijn opgenomen. De bezwaarverzekeringsarts motiveerde dat betrokkene een goede gezichtsscherpte heeft, maar het meer energie kost om visuele taken uit te voeren, wat al in de FML is verwerkt.
De Raad stelt vast dat de medische beperkingen niet zijn onderschat en dat betrokkene met haar opleiding en ervaring de geselecteerde functies kan uitoefenen met een verlies aan verdienvermogen van minder dan 35%. Daarom is het beroep van betrokkene ongegrond en wordt de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.