ECLI:NL:CRVB:2014:3205
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellante was tot 15 april 2009 werkzaam als bibliothecaresse en ontving vanaf 1 juli 2009 een WW-uitkering. Vanaf 20 januari 2012 meldde zij zich ziek met klachten van electrogevoeligheid en stemmingsklachten, waarop een Ziektewetuitkering werd toegekend. Het UWV beëindigde de uitkering per 16 april 2012 na een medisch onderzoek waaruit bleek dat appellante geschikt was voor haar werk.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank ’s-Hertogenbosch. De rechtbank vond het medische onderzoek zorgvuldig en oordeelde dat de klachten niet leidden tot objectief vaststelbare beperkingen die arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij niet in staat was haar werk te verrichten en verzocht zij om een onafhankelijk psycholoog. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en het UWV dat de medische gegevens onvoldoende onderbouwing boden voor arbeidsongeschiktheid. Er was geen aanleiding een deskundige te raadplegen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellante wordt beëindigd omdat zij geschikt wordt geacht voor haar eigen werk.