ECLI:NL:CRVB:2014:3138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- W.J.A.M. van Brussel
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinaire straf wegens ernstig plichtsverzuim door ontkenning optredens tijdens ziekte
Appellant, werkzaam als afdelingshoofd bij een penitentiaire inrichting, meldde zich ziek wegens beperkingen aan het bewegingsapparaat. Tijdens zijn ziekte ontkende hij meerdere malen dat hij als zanger was opgetreden, ondanks bewijs van optredens. Pas na confrontatie met een affiche en YouTube-beelden erkende hij enkele optredens, maar gaf onjuiste verklaringen over het aantal.
De minister stelde een disciplinair onderzoek in en legde appellant een straf op van indeling in een lagere salarisschaal en plaatsing in een niet-leidinggevende functie voor twee jaar. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze straf ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat appellant zich schuldig had gemaakt aan ernstig plichtsverzuim door het ontkennen en afleggen van onjuiste verklaringen.
Appellant betwistte dit oordeel in hoger beroep, met name de proportionaliteit van de straf en de kwalificatie van werkzaamheden tijdens ziekte als plichtsverzuim. De Raad oordeelde dat de straf niet onevenredig was en dat het vertrouwen ernstig was beschaamd door het gedrag van appellant. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de disciplinaire straf van salarisverlaging en plaatsing in een niet-leidinggevende functie wegens ernstig plichtsverzuim.