ECLI:NL:CRVB:2014:3135
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij geschil over bijstandsuitkering en schadevergoeding
Verzoekster heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen het college van burgemeester en wethouders van Coevorden, nadat zij in hoger beroep was gegaan tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank. Zij vordert vergoeding van immateriële en inkomensschade als gevolg van vermeende treiterijen door het college en de verlaging van haar bijstand.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekster bijstand ontvangt naar de norm voor een alleenstaande, ondanks dat zij samenwoont met haar twee dochters. Het college heeft de bijstand verlaagd, maar dit leidt niet tot een spoedeisend financieel belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Ook de door verzoekster gestelde schade en haar persoonlijke omstandigheden, zoals schulden en het moeten verkopen van persoonlijke eigendommen, vormen geen voldoende grond.
De voorzieningenrechter overweegt dat het ontbreken van spoedeisendheid betekent dat de bodemprocedure kan worden afgewacht. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of griffierecht. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep op 25 september 2014.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een financieel spoedeisend belang.