ECLI:NL:CRVB:2014:3009
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering en terugvordering voorschot ondanks betwiste beperkingen
Appellant, werkzaam in de plantsoenendienst, viel uit wegens schouderklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het Uwv stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op uitkering ontstond. Tevens werd een voorschot teruggevorderd.
De rechtbank vernietigde het besluit over de weigering van de uitkering vanwege gewijzigde medische grondslag, maar handhaafde de terugvordering en oordeelde dat appellant geschikt was voor de geduide functies. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen, waaronder beenklachten en taalproblemen, niet juist waren meegewogen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de medische en arbeidskundige beoordeling zorgvuldig is uitgevoerd, waarbij ook psychische klachten en taalvaardigheid zijn betrokken. Er is geen objectief medisch bewijs dat de beperkingen zwaarder zijn dan vastgesteld. De functies zijn passend geacht, mede gezien de lage taalvereisten. De terugvordering van voorschotten is terecht. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering en terugvordering van voorschotten worden bevestigd.