ECLI:NL:CRVB:2014:2822
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- C.H. Bangma
- W.J.A.M. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ernstig plichtsverzuim door contant geld en valse handtekening
Appellant was sinds 1979 in dienst van het college van burgemeester en wethouders van Elburg, laatstelijk in een specifieke functie. Na een intern onderzoek en een rapport van Deloitte Forensic & Dispute Services werd vastgesteld dat appellant contant geld, ontvangen voor de verkoop van gemeentelijke bouwmaterialen, niet had afgedragen en facturen had laten ondertekenen door een stagiaire, wat als plichtsverzuim werd aangemerkt.
Het college legde appellant op 31 januari 2012 ongevraagd ontslag op, dat direct werd uitgevoerd. Appellant maakte bezwaar, maar het college handhaafde het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij het contante geld aan de gemeente wilde afdragen en dat het betrekken van een stagiaire bij het plaatsen van een valse handtekening zwaar woog.
In hoger beroep voerde appellant onder meer aan dat zijn administratie was verdwenen en dat hij niet de intentie had het geld voor zichzelf te houden. De Raad verwierp deze gronden, stelde dat appellant de feiten had erkend en dat het plichtsverzuim hem toerekenbaar was. De Raad oordeelde dat het ontslag niet onevenredig was gezien de ernst van het plichtsverzuim en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het ontslag wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.