ECLI:NL:CRVB:2014:2773
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- M. Hillen
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen sinds 1995 bijstand op grond van de WWB. Na een anonieme tip startte de sociale recherche een onderzoek naar mogelijke werkzaamheden van appellanten die niet waren gemeld, wat leidde tot een besluit van het college om de bijstand met terugwerkende kracht in te trekken en de kosten terug te vorderen.
De Raad stelde vast dat appellant sinds het faillissement van zijn eigen bedrijf in 1995 werkzaamheden verrichtte voor een groothandel die op naam van zijn zoon stond, waaronder het afgeven van bestellijsten en het onderhouden van contacten met leveranciers en afnemers. Deze werkzaamheden waren economisch op geld waardeerbaar, ook al ontving appellant geen betaling.
Appellanten hadden de wettelijke inlichtingenverplichting geschonden door deze werkzaamheden niet te melden, waardoor het college het recht op bijstand niet kon vaststellen. De Raad oordeelde dat het college bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen, en bevestigde tevens de afwijzing van de langdurigheidstoeslag. De hoger beroepen werden ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting.