ECLI:NL:CRVB:2014:2759
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens onbekwaamheid vakgroepsecretaresse Universiteit Twente
Appellante was sinds 1978 werkzaam bij de Universiteit Twente als vakgroepsecretaresse. Vanaf 2008 werkte zij voor twee vakgroepen, waarbij haar functioneren meerdere malen werd beoordeeld. Ondanks inspanningen en aanpassingen bleef haar functioneren onvoldoende, met problemen in werkverdeling, planning, structuur en prioriteiten stellen.
Na een informeel traject en een formeel herplaatsingsonderzoek van ruim een jaar, waarin ook sollicitaties en stages werden verricht, kon geen passende functie binnen de universiteit worden gevonden. Het college verleende appellante eervol ontslag wegens onbekwaamheid met toepassing van de CAO Nederlandse Universiteiten.
Appellante voerde aan dat zij niet ongeschikt was en dat het college onvoldoende had gezocht naar andere passende functies. De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende feiten had aangedragen om haar ongeschiktheid te betwisten en dat het college voldoende inspanningen had verricht om passend werk te vinden. Ook een financiële vergoeding bij ontslag was niet verplicht.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Almelo, met een verbetering van de motivering omtrent de betwisting van ongeschiktheid. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het ontslag van appellante wegens onbekwaamheid wordt bevestigd zonder toekenning van een financiële vergoeding.