ECLI:NL:CRVB:2014:2750
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks psychische klachten appellant
Appellant, die sinds 2001 een WAO-uitkering ontving wegens rugklachten, werd door het UWV herzien in zijn arbeidsongeschiktheidsklasse van 35-45% naar 25-35% per april 2011. Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening en voerde aan dat er onvoldoende rekening was gehouden met zijn lichamelijke en psychische beperkingen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, omdat de medische grondslag van het UWV-besluit zorgvuldig was en de beperkingen volgens de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) juist waren vastgesteld. In hoger beroep voerde appellant aan dat psychische klachten onvoldoende waren onderzocht, ondersteund door rapporten van een medisch adviseur, huisarts en psychiater.
De Raad oordeelde dat het UWV wel degelijk aandacht had besteed aan de psychische problematiek en dat er geen medische gegevens waren die op de relevante data (2010-2011) wezen op beperkingen die een hogere arbeidsongeschiktheidsklasse rechtvaardigden. De latere psychische klachten uit 2012-2013 konden niet worden meegewogen. Het bestreden besluit berustte op een zorgvuldige medische grondslag en het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar een lagere arbeidsongeschiktheidsklasse wordt bevestigd.