Uitspraak
mr. E.J. Reith.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om hem geen WIA-uitkering toe te kennen wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Het UWV baseerde dit op medische rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, die concludeerden dat appellant niet voldoende beperkingen had om voor een uitkering in aanmerking te komen.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij de medische beoordeling als zorgvuldig en goed onderbouwd beschouwde. Appellant stelde in hoger beroep dat hij meer beperkingen had dan in de Functionele Mogelijkhedenlijst waren opgenomen, en bracht diverse medische rapporten en een eerdere uitspraak van de rechtbank Alkmaar in.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de aanvullende rapporten geen aanleiding gaven om van het oordeel van de verzekeringsarts af te wijken. Het psychologisch rapport had bovendien geen betrekking op de relevante data. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 augustus 2014.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.