ECLI:NL:CRVB:2014:2734
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens geschiktheid voor maatgevende arbeid als datatypiste
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar per einde wachttijd geen WIA-uitkering toe te kennen, omdat zij geschikt zou zijn voor haar maatgevende arbeid als datatypiste. De rechtbank heeft het bezwaar ongegrond verklaard na een beoordeling van het medische onderzoek en het arbeidskundig rapport, waarin werd vastgesteld dat de beperkingen van appellante niet zodanig zijn dat zij haar werk niet kan verrichten.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat het medische onderzoek onzorgvuldig was en dat haar beperkingen onvoldoende in de Functionele Mogelijkhedenlijst waren verwerkt. Tevens betwistte zij de arbeidskundige onderbouwing van het besluit, met name de inschatting van de werkdruk en de mogelijkheid tot vertreden.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en het UWV dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig is uitgevoerd, waarbij rekening is gehouden met eerdere medische informatie en de aard van de klachten. De Raad acht de verklaring van appellante over haar werkzaamheden als datatypiste in eerste instantie betrouwbaarder dan haar latere verklaring over werkdruk en taakinhoud.
De arbeidsdeskundige rapporten zijn overtuigend en sluiten aan bij de feitelijke situatie bij de werkgever. De Raad concludeert dat appellante geschikt is voor haar maatgevende arbeid en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.