ECLI:NL:CRVB:2014:2689
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens passende functies en juiste beperkingsinschatting
Appellant beëindigde in 2007 zijn werkzaamheden als zelfstandig café-uitbater en werd later in dienst genomen bij een team, waar hij zich in 2008 ziek meldde met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV besloot in 2011 dat appellant geen recht had op een loongerelateerde WGA-uitkering per 1 juli 2010. Dit besluit werd bevestigd na bezwaar en door de rechtbank Maastricht in 2012.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen waren onderschat en dat de werkzaamheden bij het team ten onrechte als maatgevende arbeid waren betrokken. De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht had geconcludeerd dat er geen aanwijzingen waren voor ernstiger beperkingen dan door het UWV was aangenomen. Het maatmanloon was correct vastgesteld, waarbij rekening was gehouden met een passend functieprofiel als conciërge.
De functies die als passend werden aangemerkt zijn medisch verantwoord en de belastende aspecten zijn adequaat toegelicht. De Raad bevestigde daarom dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering per 1 juli 2010. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op een WIA-uitkering per 1 juli 2010 omdat de beperkingen niet ernstiger zijn dan vastgesteld en de passende functies medisch verantwoord zijn.