Uitspraak
OVERWEGINGEN
.Op grond van artikel 35, vijfde lid, van de Wet WIA kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, adviseur planning en control bij een gemeente, heeft vanwege zijn auditieve beperking een aanvraag ingediend voor vergoeding van de eigen bijdrage van hoortoestellen. Het UWV weigerde deze vergoeding omdat de aard van zijn werk geen bijzondere eisen stelt aan het gehoor die een complexer hoortoestel rechtvaardigen.
Appellant voerde aan dat hij lijdt aan hyperacusis en tinnitus en de hoortoestellen alleen voor de werksituatie nodig heeft, niet voor de leefsituatie. De bezwaararbeidsdeskundige concludeerde echter dat appellant ook in de leefsituatie afhankelijk is van hoortoestellen en dat er geen bijzondere eisen zijn binnen zijn functie die een duurder hoortoestel vereisen.
De Raad oordeelde dat op grond van de Wet WIA en het Reïntegratiebesluit alleen vergoeding kan worden toegekend als de voorziening vrijwel uitsluitend voor de werksituatie is. Omdat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn werk bijzondere eisen stelt, is de vergoeding terecht geweigerd. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Dordrecht wordt bevestigd.
Uitkomst: De vergoeding van de kosten van het hoortoestel wordt afgewezen omdat geen bijzondere eisen aan het gehoor binnen de functie zijn vastgesteld.